Wanneer je iets weet wat je niet kunt weten

Wanneer je iets weet wat je niet kunt weten

Een tijd geleden, toen ik nog met de trein naar mijn werk in Amsterdam reisde, zat ik op een ochtend thuis piano te spelen. Niet erg geïnspireerd, maar ik had nog een half uur voordat ik de deur achter mij dicht te trekken had om de trein te halen.

Ik kon kiezen: of ik vertrek nú en ben dan ruim een half uur te vroeg op mijn werk, of ik vertrek over een half uur om dan op tijd daar te zijn. Op een of andere manier wíst ik: wanneer ik over een half uur vertrek, dan kom ik te laat, o.i.d. want er zal iets met de trein aan de hand zijn. Wil ik op tijd aankomen, dan moet ik nú vertrekken. Maar omdat ik mij niet kon voorstellen hoe ik kon weten dat de trein vertraging zou gaan hebben, bleef ik nog even thuis …

Een half uur later vertrok ik dan richting Utrecht CS. Terwijl ik Hoog Catharijne in liep, richting het stationsplein, was mijn geloof in tijdig op mijn werk aankomen niet echt hoog; op een of andere manier wist ik nog steeds: ‘deze trein gaat mij niet op tijd op mijn werk brengen’. Maar ik liep stug door. Vijf minuten vóór het planmatige vertrek van de trein kwam ik aan op perron 7. De vertrektijd van de trein stond keurig op het bord aangegeven; niets aan de hand dus. Ik haalde opgelucht adem. ‘Zie je wel!’ Wat een flauwe kul ook, die nergens op gebaseerde voorgevoelens. Samen met de andere reizigers wachtte ik op de spoedig naderende trein richting Amsterdam.

We wachtten en wachtten. De trein had al enkele minuten vertraging, maar op het bord stond nog geen mededeling. Niets vreemds aan, gezien het feit dat de trein wel vaker enkele minuten vertraging heeft. We bleven wachten. Ongeveer tien à vijftien minuten na de geplande vertrektijd werd omgeroepen: “De trein van 11.25 uur richting Amsterdam kan vandaag door omstandigheden niet rijden.”

Koude rillingen gingen door mijn gehele lichaam ….

Hoe kon ik hier voorkennis van hebben? Van huis naar station is ongeveer een half uur. Dat betekent dat ik zeker een uur eerder dan de NS ‘wist’ dat deze trein een probleem ging hebben. De suggestie van vrienden die ik hierover vertelde (“ik zal het wel gehoord hebben op de radio van de buren”) is om meerdere redenen onhoudbaar. Ten eerste zijn de muren extreem geluidwerend, ten tweede wist de NS op dat moment zeer waarschijnlijk nog niets van een trein die uit ging vallen (waarschijnlijk was de oorzaak van de uitval op dat moment nog niet eens geschied) en ten derde worden op de radio nooit treinvertragingen gemeld.

Deze gebeurtenis heeft zijn sporen bij mij achtergelaten. Misschien zou mijn blog anders The Skeptical Atheist heten, maar gezien deze gebeurtenis (en dit is niet de enige van zijn soort), is dát voor mij onhoudbaar geworden.

2 thoughts on “Wanneer je iets weet wat je niet kunt weten

  1. Nog zo’n voorbeeld:

    Tijdens mijn studententijd (scheikunde) was ik eens bij vrienden aan de LSD.
    Daar op de sofa zittende, voor mij de tafel met van alles daarop, realiseer ik mij ineens, dat zo meteen mijn glas sinasappelsap dat daar staat over mijn CD heen gegooid gaat worden.
    Ik pakte de CD (Pink Floyd, ‘A Saucerful of Secrets’) en keek naar de mooie en trippy hoes. Terwijl ik mijn CD bekeek, stond een vriend op (om iets met de muziek te doen), koos ervoor om via mijn kant te gaan, en liep mijn glas met sinasappelsap omver, over de plek waar net daarvoor mijn CD lag.

    Hoe ik dat kon weten?

  2. Nog een mooi voorbeeld:

    Enkele jaren geleden droomde ik ‘s nachts dat ik op de Joodse school waar ik werk, achter in het scheikundelokaal tegen een jongen boos tekeer aan het gaan was. Bijzonder aan deze droom: ik foeterde in het Duits (we praten gewoon Nederlands tegen onze leerlingen. De tweede taal daar is Ivriet). Toen ik wakker werd vond ik het maar een rare droom; vooral het Duits.
    De volgende dag was ik daar weer aan het werk. Ik gaf les aan een Vwo6-leerling. Een aantal jongens was aan de achterdeur van het scheikundelokaal verveeld aan het klooien. Ik stuurde ze dan ook weer weg. Op een gegeven moment wilde ik ze weer wegsturen. Ik deed de deur open en een bak vol kraaltjes viel het lokaal in (met alle kraaltjes over de grond). Eén van die jongens had een stoel tegen de deur geplaatst, met tussen stoel en deur de bak met kraaltjes.
    Het was ook meteen duidelijk het gedaan had: één van die ultra-orthodoxe jongens die alleen de joodse vakken volgde en de ‘profane’ links liet liggen. Boos sprak ik die jongen aan. Echter: behalve Ivriet sprak hij alleen Duits (en wellicht Jiddish) omdat hij uit Zwitserland afkomstig was. Ik sprak hem dus boos aan in het Duits: waar hij wel niet mee bezig is, of hij wel goed bij zijn hoofd is, en zo voort.
    Koude rillingen gingen door mijn lijf, toen ik mij realiseerde dat ik precies dát die nacht ervoor gedroomd had. Op de zelfde plek in het scheikundelokaal en in het Duits een leerling uitfoeteren ….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Follow

Get the latest posts delivered to your mailbox: